zaterdag 4 april 2020

Just me

Soms vraag ik me wel eens af waarom ik nog schrijf. Ondanks dat dit blog duizenden keren per maand wordt bezocht. Maar mijn grootvader zei altijd dat je dingen die je deed voor  jezelf moest doen en niet voor anderen, anders raakte je enkel teleurgesteld. En hij had gelijk. Dit artikel is er zo eentje.

Ziekenhuizen, een instelling waar je naar toe gaat als je ziek bent of zoals in mijn geval, doodgaat. Daar helpen ze je dan mee. Dat doodgaan hebben we nog een beetje uitgesteld, dat doen we later wel eens. Ziek blijf ik altijd want ik verzamel bij voorkeur kwalen die onbehandelbaar zijn. Op kanker na, die bleek tot ieders verbazing wel behandelbaar. En mijn ‘genezing’ wonderbaar. Maar mijn lichaam heeft me nog nooit in de steek gelaten al had soms wat hulp nodig van de jodiumhengsten.

Ik ga absoluut dood in een ziekenhuis, niet aan de kwaal maar aan heimwee. Dat is ze niet uit te leggen maar ik leef op een ander ritme; het ritme van de natuur. Voor mij is het kunstlicht in de ziekenhuizen moordend. Ik leef bij het licht van de dag, mijn bioritme draait mee met dat van Moeder Natuur. Als het licht me niet wakker maakt zijn het wel de zingende vogels of de eekhoorns die over het dak razen.

Ik leef midden in de natuur, een houten chalet op een verblijfspark midden in een naaldbos. Ver weg van de drukke stinkende steden. Waar mensen geen tijd voor elkaar hebben en je aankijken alsof je buitenaards bent. Ik ben een onderdeel van die natuur geworden. Als om deze tijd de natuur begint op te leven, doe ik dat ook. Ik schrijf minder en beleef meer om later over te kunnen schrijven. In de winter als alles in diepe slaap is. Dan leef ik als het ware op de waakvlam. Schrijven is dan mijn uitlaatklep.

Mijn vaste getrouwe is dan een roodborstje dat zich elke dag even laat zien en altijd op dezelfde gekrulde boom. In het voorjaar echter komen de mezen, de vinken en een doodenkele mus. Dan ritselen de struiken van het leven en vullen zich de vele nestkastjes. Dan levert het naburige bos weer het gewenste kijkgroen voor de dan nog afwezige recreant. En dan zie ik de buizerd bidden boven de akkers, op zoek naar zijn ochtend ontbijt. Voorjaar is de mooiste tijd van het jaar.

De natuur is echter een geheel, je kunt er geen stukje uitsnijden en mee naar huis nemen. Dat gaat dood. Net als ik in een ziekenhuis. Ondanks al die professionele zorg, die lieve zustertjes en mijn Sister Morphine. Ze kunnen je een tijdje in leven houden maar uiteindelijk wint de natuur en dan laat zelfs mijn lichaam mij in de steek. Binnen twee dagen na mijn ontslag was mijn lichaam echter weer gereset en voelde weer als vanouds aan. Dat kunnen ze niet begrijpen. Hoe een mens zo snel kan herstellen. Maar ja, die kennen de krachten van de natuur dan ook niet meer. Daar is dit type mens wel heel erg van vervreemd.

Niet kunnen begrijpen dat ik niet elke dag onder douche sta om die beschermende biofilm van mijn lichaam te schrobben. Zonder dat maakt elke bacterie een kans. Het is het zelfde als breedspectrale antibiotica, als amoxilline of als zilverwater, het vermoord elke bacterie in je lichaam. Ook die paar die je wel nodig hebt. De klinisch levende mens die doodziek kan worden in de natuur of tussen de beesten.

De enigste die dat begrijpt is de dierenpartij. Zij zien de overdacht van dierziektes met name uit de natuur. Dat ze dat vervolgens projecteren op gehouden dieren met name landbouwvee is logisch. Boeren bashen is immers hun hobby. Maar inderdaad, de dieren in de natuur is iets om naar te kijken, niet om aan te raken of al te zeer mee te bemoeien. Geen uit het nest gevallen vogeltjes gaan redden en zo. De natuur is Live and Let die.

Vanmorgen zag ik Manke Nelis weer voorbij strompelen. Manke Nelis is een houtduif met een gebroken pootje. Hij komt al drie jaar voorbij. En elk jaar is het een vreugde om hem weer te zien. Neiging om hem ‘te helpen’ heb ik niet al heeft het dierverzorgingsinstinct de neiging om toe te schieten. Hij kan zich er mee redden en neemt het leven zoals het komt. En dat is een les die we allemaal kunnen gebruiken. Minder willen plannen en regelen en het leven meer op je af laten komen.

Sinds mijn vrouw en ik die instelling hebben overgenomen, is ons leven een stuk makkelijker geworden. Je kijkt wat er voorbijkomt en je pikt eruit wat je aanstaat. Die dingen die je leuk vindt om te doen. Af en toe een verhaaltje als dit schrijven bijvoorbeeld. Ook al leest er geen hond.

vrijdag 3 april 2020

Übermensch

De soort mensen die heerst over anderen. Deel van de rassentheorie van een megalomane gek. Op herhaling in Nederland.

Triage noemen we het met een net woord. Bij de deur van het ziekenhuis moet worden bepaald wie een kans krijgt op overleven en wie niet. Reeds algemeen aanvaard is dat we de ouderen die kans gaan ontzeggen. Omdat we de fitteren en jongeren de kans moeten geven. Die hebben meer recht op leven. Dus een oude gedecoreerde man die zijn hele leven ten dienste van de maatschappij is geweest moet plaats maken voor een zielige kopschopper met een strafblad langer dan mijn arm? Welke criteria wil je potdomme aanleggen?

Wat is de waarde van een mensenleven? Langs welke meetlat wil je dat leggen? Wie zal dat bepalen? Er was een tijd dat we homo’s, zigeuners, joden, zwakzinnigen, gehandicapten over de kling joegen omdat ze niet paste in het wereldbeeld van een elite groepje. Die elite hebben we nu ook. En vandaag zijn het de ouderen, de dikke mensen en morgen vindt de grachtengordel dat de vleeseters, de rokers e.a. mensen met smerige gewoonten geen recht van leven meer hebben.

Reeds gaan er stemmen op om mensen met obesitas maar te gaan weren. Als of iedereen met overgewicht daar iets kan doen. Van mensen met apneu is bijvoorbeeld bekend dat ze dankzij die aandoening erg in gewicht aan kunnen komen. En zo zijn er wel meer kwalen.  Mensen met copd maken geen schijn van kans bij een corona besmetting zo is de mening. Er is ook niemand die ook maar een poging zal wagen. Je wordt opgegeven omdat je een ziekte hebt.

Onmenselijk en onwenselijk hoor ik mensen zeggen. Is het ook maar halve bij die afschuw, blijft het er ook bij. Want als de elite weer eens dit soort keuzes promoot, is het akelig stil. Op een paar dwarsliggers na. Rebellen die iets verder kunnen nadenken en de onderliggende gedachtegang herkennen. Want als die keuze in deze extreme situaties gemaakt gaan worden, gaan ze dat straks als alles voorbij is ook doen bij zorg -en levensverzekeringen, jobselectie, rijbewijzen etc. etc. Het is het voorportaal van het selecteren en fokken van de übermensch.

Ik verwacht geen project Lebensborn terug maar het zal me niet verbazen als het begrip ‘ongewenste zwangerschap’ flink opgerekt gaat worden. Samen met dogma’s als ‘alles samen’, ‘blijf bewegen’ en andere kreten is de basis gelegd voor een griezelige maatschappij waar u binnen het profiel moet passen. Opgelegd naar maatstaven van een select gezelschap dat feitelijk ongestoord zijn gang kan gaan. De kraamkamer van elke totalitaire staat, democratisch of niet. Waar men met micromanagement de mens vormt naar een wensbeeld.

Uit het verrieden is een les te leren. Het waren niet zij die deden maar de miljoenen die lieten doen.

donderdag 2 april 2020

Voor de overlevenden

Brabanders zijn een gezellig volkje. Men komt graag buurten, drink een pilsje met elkaar (of een paar meer), danst met elkaar en viert met elkaar elk feestje dat er maar te verzinnen valt. En negen maanden na carnaval is er altijd weer een geboortegolf. Dit jaar echter kreeg het coronavirus een lift van de liefde.

Brabant was de haard van het virus en dankzij de Hollandse nuchterheid (lees: naïviteit) en het absolute falen van het RIVM, kon het zich razendsnel verspreiden. Werd er in de eerste berichtgeving nog over mensen gesproken, al snel werden mensen slechts cijfers in een statistiek. Deel van de beruchte berekeningen van het RIVM.

En toen schoot de regering in actie met de voor haar gebruikelijk snelheid. M.a.w. men liep keurig netjes achter de feiten aan en reageerde op de ontwikkelingen. Maar reageren is nog geen regeren. Regeren is vooruitzien en daar ontbreekt het een beetje aan. Bovendien zat men met een klein probleempje, men had de laatste jaren systematisch de zorg afgebroken en dus was er geen capaciteit voldoende om een crisis van de omvang het hoofd te bieden.

En aldus mocht het opperhoofd van de RIVM een plan maken dat er voor zorgde dat de capaciteiten van de zorg niet liet overkoken. En dat plan werd vervolgens door de baas van het land aan het volk meegedeeld. En het volk, volgzaam als altijd, stond te juichen. Strak plan! In het buitenland dacht men daar toch anders over en de grenzen werden door de buurlanden dicht gemetseld. Maar Nederlanders weten altijd alles beter dus dat wordt gewoon genegeerd.

En dus mogen we elkaar niet meer in de armen vallen en moeten afstand van elkaar houden. Geen idee waarom als de gedachte achter het hele idee is dat men elkaar dient te besmetten om zodoende de groepsimmuniteit te bereiken. Maar dat gaat dan weer te ver want dan lopen die laatste paar ziekenhuizen alsnog te snel vol. De oppositie schreeuwde terecht moord en brand maar de hoera roepende meerderheid weten alles beter en dus wordt elk ander plan meteen afgeschoten.

En moeten we allemaal thuis blijven en is verder sociaal contact verboden. We mijden elkaar in de supermarkt als hadden we allemaal de pest. Het lijkt op een samenleving waar mensen elkaar met argwaan bejegenen. De angst is onder mensen gaan wonen. En ik moet eerlijk toegeven, toen ik voor een bloedafname in het (Brabants) ziekenhuis moest zijn, voelde ik me ook niet prettig. Want ondanks alles, loopt daar nog steeds alles lekker door elkaar en langs elkaar.

Er heeft van alles te lijden onder deze epidemie, de economie voorop. Maar de grootste verliezer van dit alles is de menselijkheid. Samen komen we hier wel uit volgens de hosanna brigade. Vraag is enkel hoe. Wat is er erover van de oude mensen die alleen op hun kamertjes zitten? Waar de boodschappen voor de deur worden gezet en die elke vorm van menselijk contact hebben moeten ontberen. Hoe beschadigd zijn de mensen die via de telefoon afscheid hebben moeten nemen van hun geliefden? Die hebben moeten sterven, alleen in een koude kille en vreemde omgeving.

Deze coronacrisis zal diepe sporen trekken in de samenleving. En er zal blijvende wrevel zijn tussen mensen die verliezen hebben geleden en die onwetende sukkels die het af blijven doen als een griepje. Men zal spreken over de tijd voor en na de corona crisis. Maar hopelijk zal men ook spreken over Jaap en Klaas en Fientje en Fatima. En zullen niet de mensen die er in zijn gebleven afdoen als slechts cijfers en stipjes op een kaart met grafieken.

Voor de overlevenden de hoop dat liefde voor elkaar alles zal overwinnen en we weer hand in hand kunnen lopen zonder vrees maar met de hoop dat we dit niet nog een keer hoeven te doorstaan.

zaterdag 28 maart 2020

Kat


Ik heb nooit veel met katten opgehad maar er waren een paar fraaie exemplaren bij. De meeste kan ik me niet meer herinneren, ze waren gewoon katten, deel van de ruime dieren inventaris die we er altijd op na hielden.

De oudste die ik nooit zal vergeten was Willem. Die zat in een asiel en stond nr. 1 op de lijst van in te slapen dieren. Was geen land mee te bezeilen volgens de asielmedewerkers en er was dan ook niemand te vinden die zijn hok wilde verschonen. Wij wel en we hadden er geen kind aan. Voor andere echter was het een levensgevaarlijk beest. Toen we echter onze eigen opvang kregen waar we allerlei soorten dieren konden huisvesten, besloten we Willem mee te nemen. Als ongediertebestrijder en ‘waakhond’.

Willem is met afstand de beste waakhond die we ooit hebben gehad. Die laat zelfs onze drie Boerboels verbleken. Ik kan me nog herinneren dat de verhuurder een keer ongevraagd binnenkwam en Willem tegenkwam. Na die ontmoeting zag hij er uit als een goed doorregen biefstuk. Hij was van onder tot boven opengehaald door Willem. Die man heeft het uitgegild en het duurde weken voor hij hersteld was. Bezoekers enkel op afspraak was het devies en er hingen foto’s bij de ingangen van een gevilde huisbaas, als waarschuwing.

Aarafat is de tweede die ik me nog goed herinner. Die noemde we zo om het een absoluut duveltje was die meer in zijn mars had dan enkel kattenkwaad. Samen met de honden maakte hij deuren van koelkasten en voorraadlasten open en werden deze vakkundig leeggeroofd. En als je de boodschappen niet snel opruimde, deed hij dat wel en zag ik een kat met een leverworst in zijn bek langs rennen gevolgd door een schreeuwend kind. We monteerden overal sloten op, ook op de koelkast en dat verhielp het probleem grotendeels.

En dan hadden we onze Tijger nog. Die ging elke zaterdag een visje halen op de markt. Lang waren wij daarvan niet op de hoogte totdat we een keer voor dag en dauw de markt overliepen. Daar stonden de visboeren hun vis schoon te maken. Eén daarvan hoorde ik vloeken en schelden ik zag onze Tijger met een vis in de bek wegschieten. Mijn vrouw vroeg met uitgestreken smoel wat er aan de hand was. “Die rotkat! Elke week is dat monster ergens in de buurt en jat je de vissen onder je klauwen weg”. Ik stikte zowat en ben maar doorgelopen. We wisten in ieder geval waarom de kattenbak zondag’s zo stonk.

En ik herinner me nog de vele witte katten die we gehad hebben, die allemaal zonder uitzondering Mickey genoemd werden. Eentje daarvan heeft mijn vrouw uit de sloot gevist. Het beest was smerig en zat onder de vlooien. Een zielig hoopje kat dat klagelijke geluidjes produceerde. Het beestje had alle kwalificaties om de aandacht van vrouwlief te trekken. Het ging vanuit de sloot rechtstreeks in bad en van daar uit linea recta richting dierenarts waar het zijn spuiten en anti-ongedierte gif kreeg. Daarna claimde het een hondenplek op de bank en daar bleef het. De grootste lummel in van een hond in huis, ontfermde zich over haar. En daarna maakte ze vriendjes met elk dier in en rond de hut. Het was de vriendelijkste kat ooit.

Tegenwoordig hebben we Elsa. Groot geworden op het park waar we wonen en waar dus iedereen haar kent. Ze staat overal met de neus bovenop en loopt bij iedereen heel brutaal naar binnen. Maar zodra je haar probeert op te pakken, is ze weg. Het park is haar domein en dus leeft ze nog. De meeste katten die we hebben gehad zijn we kwijt geraakt aan racende auto’s en landbouwgif. Beide hebben we hier in ruime mate…. buiten het park. Als ik alleen thuis ben, zwerft ze door het park. Als mijn vrouw thuis is, is zij ook thuis. En soms ‘helpt’ ze mij op mijn computer zoals onder dit artikel te zien is. Katten, het blijven mystieke dieren met een eigen karakter.


Hmm, dat moet ik toch ook kunnen

Eens kijken, hoe moeilijk kan het zijn?

Die moet ik hebben

Beetje vergroten
 
Nog iets groter

Zo goed baas?




vrijdag 27 maart 2020

Mijn generatie

Een tijdje geleden, midden in de winter, bezocht ik een bejaardendump. Voor de deur in dikke jassen zaten enkele bejaarden voor schoorsteen te spelen. Eentje met een dikke sigaar die zo lekker rook en een paar zaten met hun shaggie het milieu te vervuilen. Ik besloot even mee te doen.

Ik vroeg hen waarom ze buiten in de kou stonden. ‘We mogen binnen niet roken” was het antwoord. Pardon? Dus oude mensen die hun hele leven lang hadden gerookt, werden nu naar buiten de koude in gejaagd? Het is van de zotte en godgeklaagd. Zelf heb ik meer dan 50 jaar gerookt en dan stop je daar niet zo even mee. Het is niet alleen een gewoonte geworden, het is een verslaving.

Niet aan de tabak maar aan de rotzooi die ze er door de jaren heen door hebben geknoeid om je verslaafd te houden. Want je kunt mij niet wijs maken dat zo’n plant wil groeien met 70 giftige stoffen in zijn bast, zoals er op de pakjes staat te lezen. Men had ook die tabaksfabrikanten kunnen aanpakken die het er door mixen dan hoef je niet stokoude mensen op hun oude dag zo te pesten.

En dat is gelijk mijn punt; elke generatie wordt groot met een aantal waarden. Deze generatie maar ook de mijne zijn groot geworden in een tijd dat roken nog heel normaal was. En als je dan wetten maakt die het moeten verbied omdat het ongezond is, OK. Maar pak dan de generatie van het tijdsframe waar in je zit.

In het zelfde bed ziek is het verlangen om geen vlees meer te eten. Ook een goed idee (zolang je het niet overdrijft) maar begin bij de nieuwe generaties! Als je het niet eet, mis je er ook niets aan. En zij zijn veerkrachtig genoeg om te wennen aan dit soort diëten. Maar mensen die zijn groot geworden met een aardappelen, vettte jus, groente en een stuk vlees op hun bord, moet je daar niet mer mee lastig willen vallen. Als er nieuwe generaties zijn met andere eetgewoontes, prima. Dat is de keuze van die generatie.

Elke generatie maakt zijn eigen keuzes. En dan kun je honderd keer roepen “dat is niet van deze tijd” maar het was of is wel van mijn tijd! Jongeren zijn idealistisch, net als wij vroeger, maar ze zijn geen eigenaar van het tijdframe, enkel van de toekomst. Dat ze de wereld willen verbeteren, prima. Maar als er ergens een deur piept in het huis, hoef je niet meteen het hele huis te gaan verbouwen. Veel mensen die ouder worden zijn niet meer op zoek naar grote veranderingen in hun leven. Toch worden ze gedwongen mee te gaan in de wensen van de generaties voor hen.

Ouderen weten wat het was om jong te zijn maar jongeren weten niet wat het is om oud te zijn. Respect voor de oudere generaties is er nauwelijks mee. Je bent snel een ouwe zeur die loopt te drammen over ‘vroeger’. Politieke partijen die zeggen op te komen voor ouderen, lopen te slapen op dit punt. Sommige politieke partijen fluisteren zachtjes over ‘voltooid leven’ vrijwillige euthanasie en de vraag of je na een bepaalde leeftijd ze nog moet helpen. Triage tijdens een epidemie waarbij een leeftijdsgrens wordt gesteld voor medische hulp.

Als men op deze wijze doorgaat en ik een blik in de toekomst waag, zie ik waarheid in de uitspraak: “Oud, iedereen wil het worden, niemand wil het zijn”

donderdag 26 maart 2020

Dierverzorging old skool

Dierverzorgers zijn niet veel meer dan strontschuivers tegenwoordig. Dat was vroeger wel anders. Toen was het nog een vak. “Om dieren te verzorgen heb je voldoende idealisme nodig om het vol te houden en voldoende realisme om het te kunnen” En dat laatste hadden de ‘dierenvrienden’ nog al eens moeite mee. Daar is het dan ook geen vak voor. Teveel Antropomorfisme en niet de beentjes op de steentjes kunnen houden. En toch zit het hele land vol met dit soort ongediplomeerde dierverzorgers.

En al die leken gaan zich dan bemoeien met iets als de OVP. Praten met termen die ze ergens hebben opgepikt en het goed doen in de één of andere discussie. Je zou bijna denken dat ze weten waar ze het over hebben. Als dierverzorgers keken we er anders naar. Gewoon een hertenkampje van de overheid met wat koeien en paarden. Op een gegeven moment groeit de zaak tegen de hekken omhoog en begonnen er een aantal te creperen. En dan moeten er rechters en overheid aan te pas komen om dat te legaliseren. Je kunt er ook gewoon dierzorg op los laten.

Als je overheden en allerlei ‘dierenvrienden’ op dit soort dingen worden los gelaten dan weet je als dierverzorger dat de dieren de rekening gaan betalen. De overtreffende trap voor de vijand van de dieren was dan ook: vijand-doodsvijand-dierenvriend. En dan had je de boeren nog. Hun definitie van dierwelzijn week nog al af van de onze. Maar goed, vraag een burger, een boer en een activist naar wat het betekent dan krijg je verschillende antwoorden. Er is nog niemand in staat geweest daar een universele en algemeen aanvaardbare definitie voor te vinden.

De meeste boeren keken in die tijd enkel naar hoe je dieren kon houden met een minimaal aan kosten en maximale opbrengst. Dat is onder druk van het publiek de laatste decennia verbeterd maar is nog wel de uitgangspositie. Wij kijken naar de natuurlijke biotoop en de intrinsieke waarden van een dier en wat er voor nodig was om daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen met inachtneming van de omstandigheden. Toch bouwde je met sommigen wel een band op. Vooral als ze er zelf en hun dierenartsen er niet meer uit kwamen.

We waren geen activisten. Zolang je een dier onder beheer had, zorgde je ervoor op de beste manier die je kon. Met de kennis, wijsheid en mogelijkheden die je op dat moment had. Wat er daarna met die beesten gebeuren was niet onze zaak. We ware er niet om de wereld te verbeteren. Ik kon rustig een wilde fazant verzorgen die aangeschoten was om hem daarna weer los te laten. En als die daarna alsnog afgeknald werd, soit, thats life. Geen activist die het snapt. Maar goed, die begrijpen of willen ook de term ‘beheer met het geweer’ niet begrijpen of aanvaarden.

Ik heb alles door mijn vingers gehad, van muis tot olifant. Letterlijk. Je kwam in dierentuinen, bij dierhouders en hertenkampjes, het circus en overal waar we dieren hadden. Je leerde on the fly want een opleiding was er toen nog niet. Internet ook niet en dus zat je soms uren in de bibliotheek te zoeken naar informatie over een trapogaan of een hagedis. Thuis had je Lorenz, Brehm en meer van die zware dikke boeken op de plank. Je las jezelf soms een versuffing want alles wat interessant wat je voor je neus kreeg.

Bovendien had ik rechtstreeks toegang tot wat universiteitsbibliotheken wat met de komst van internet enkel maar beter werd. En er was altijd wel een wetenschapper die het nodige wist. Ik heb wat kilometers gemaakt in die tijd! Maar ja, toen was de benzine nog betaalbaar en mijn oude R4-tje zoop niet zoveel. Dat oude vehicle heeft een hoop diersoorten in de laadbak gehad! Bakken vol met pluizige witte New Zeelanders ( slachtkonijnen), slangen, kalveren, schapen, alles paste in dat gekke ding. Als ik ooit het geld ervoor heb koop ik weer zo’n ding met zijn naaimachine motortje in het vooronder. Gewoon, uit pure nostalgie.

Het idealisme waar we ooit mee begonnen waren verdween langzaam toen we eerste proefdierencentra tegen kwamen. De zorg die we daar zagen was zeer professioneel en we leerden er een hoop. De ethische grenzen verschoven langzaam. Je leerde de betrekkelijkheid van dierenopvang en meer van dat soort onzin. Langzaam begon ik mijn eigen proeven op te zetten. Dieren pesten om kennis op te doen die je later op andere dieren kon toepassen. We experimenteerden vooral veel met alternatieve middelen. Het zorgde ervoor dat we er zeer effectief in werden.

En natuurlijk bleef je idealistisch met een vleugje activisme. We deden o.a. beslagleggingen voor Justitie bij zogenaamde boordfokkers waar de zaak een beetje uit de hand was gelopen. Tegelijkertijd echter adviseerde ik ook broodfokkers. Ik kan me nog één zo’n eigenwijze klootzak herinneren die maar niet om wilde. Ik stelde hem toen voor 1 kennel mij toe te wijzen en die zou ik dan op mijn manier runnen. En net als de boeren die Anton Coolen in zijn boeken beschreef, je krijgt pas gelijk als ze het voordeel in hun handen hebben. Die vent ging om na mijn praktijkvoorbeeld en runde daarna de zaken wat professioneler en vooral diervriendelijker.

Hetzelfde probleem had ik vaak bij de boeren en daar haalde ik dan de zelfde truc uit. Met praktijkvoorbeelden proberen ze te overtuigen. Zo is ons lammerproject ook opgezet. De boer waar wij mee samenwerkten had soms tot 90% uitval in zijn stallen met eendags lammeren. Deels ook door tijdgebrek. Wij hebben toen een systeem opgezet dat wel werkte en hadden een uitval van een paar procent. We gingen wat (te) lang door omdat we nog meer toepassingen zagen maar daar was nauwelijks interesse voor. Ze deden het immers al 30 jaar zo dus het zou nog wel 30 jaar goed gaan. Nieuwe inzichten waren maar moeilijk aan het boerenverstand te peuteren.

Het duurde dan vaak ook lang voordat kennis uit de laboratoria en proefinstellingen op de stalvoer door sijpelde. Beetje begrijpelijk is het wel want boeren zitten tegenwoordig gevangen in allerlei constructies die het hen moeilijk maakt wijzigingen door te voeren. Inzake dierwelzijn echter hebben ze nog steeds sterk afwijkende meningen. Je kunt lullen van vandaag tot morgen maar een varken mesten onder de huidige condities staat nog steeds ver af van de natuurlijke biotoop van zo’n beest. Ik weet ook niet echt hoe je dat anders zou moeten doen maar kom me niet vertellen dat het beest het zo goed heeft.

En zo denk ik over vleeskippen (plofkip voor de stadsmens). Je kunt ze wel ‘diervriendelijker’ houden en langer laten leven maar dan verleng je enkel het lijden maar. En zoveel bewustzijn heeft zo’n dier nu ook weer niet dat het moord en brand schreeuwt over zijn behandeling. Die dieren weten niet beter en de verontwaardiging over deze ‘bio-industrie’ is dan ook niet terecht. Mensen weten weinig over kippen en varkens maar een mening erover heeft men wel. Gebaseerd op hu eigen antropomorfe insteek.

En dat is nu precies waar ik als dierverzorger en etholoog altijd tegenop liep. De onwetendheid van niet enkel de burger maar ook de dierhouder zelf. Men wist mij vaak precies te vertellen wat er aan voer in moest maar wat er in de kop van die beesten omging wisten ze niet. En de activisten al helemaal niet.
Er is nog zoveel te winnen in de dierzorg als men eens terug zou gaan naar de basis ervan en meer onafhankelijk onderzoek zou doen naar het gedrag van de dieren waarmee men moet werken. En met onafhankelijk bedoel dat er geen financiering in zit van belanghebbende partijen. Maar zolang er economische belangen spelen binnen de dierzorg, blijft het dier altijd het kind van de rekening.





woensdag 25 maart 2020

Boeren bashen

We worden allemaal ziek en de boeren zijn de schuld. Zoals gewoonlijk. Als de mussen van het dak vallen zijn ze nog schuld want ze zijn de favoriete kop van Jut voor elke dierenactivist.

Maar hoe zit dat nu werkelijk? Kun je de commerciële dierhouderij verantwoordelijk maken voor de epidemieën en pandemieën in de wereld? Nee, natuurlijk niet! De meeste virussen komen uit China en van de dierhouderij daar draait je de maag bij om. En de manier van vleesverwerking is een gruwel. Honden die levend gekookt worden om maar eens een voorbeeld te noemen. In keukens die er slechter uit zien dan mijn rommelschuur.

Vooropgesteld, boeren zijn niet mijn favorieten. Ik heb respect voor hun arbeidsethos maar hun (tunnel)visie’s kan ik vaak niet delen. Maar om ze de schuld te geven van zo iets als een corona epidemie gaat met te ver. Waar hebben die dierengekkies het dan over? Welnu, men is bang dat ziektes van dieren naar mensen kunnen overslaan. En boeren hebben veel dieren, dus ligt de conclusie voor de hand, zo stelt men. En de wilde dieren zijn weliswaar vaak de dragers maar die worden er niet ziek van maar brengen de ziektes wel over.

Tot zover juist en het is tevens juist dat sommige ziektes overdraagbaar zijn of kunnen zijn naar de mens. De vogelpest bijvoorbeeld had kunnen muteren en dan de mens ziek maken. Ja, en de lucht had ook naar benden kunnen vallen. Zelfde risico. Zo af en toe doet het dat en dat noemen we dan mist. De meeste dierziekten zijn echter niet overdraagbaar naar de mens en goed behandelbaar. Dat doen we echter niet, we ruimen elk dier op dat in de buurt is. Om te voorkomen dat het de mens ziek maakt. Zoals met de Q koorts.

Isoleren en behandelen is geen optie volgens de ‘deskundigen’. Dat is het dus wel maar het is maar net naar welke deskundigen je wilt luisteren. Ruimen is de veiligste optie, punt. Om te beginnen wil ik graag Ab Osterhaus citeren die al zijn hele leven hetzelfde zegt: De mens zal moeten leren leven met het feit dat virussen er altijd zullen zijn, muteren en dat er dus mensen ziek gaan worden. Maar i.p.v. naar deze hoog gekwalificeerde viroloog te luisteren, heeft men geluisterd naar iemand als Jaap van Dissel die constant achter de feiten aanliep. Kan ook niet anders want de man is voornamelijk bacterioloog en dan pas viroloog en totaal niet capabel om epidemieën te handelen.

Zijn theorie m.b.t. tothet controleren van een epidemie zijn gevaarlijk, of het nu lukt of niet. Wij deden het met kippen. De ziekte Coryza was epidemisch en stond op het lijstje van ‘ruimen indien noodzakelijk’. Particulieren echter waren niet meldingsplichtig. Gevolg dat onder bijna alle kippenhouders de ziekte aanwezig is. Maar omdat dieren drager kunnen zijn en niet lijder, duikt het onder. Wij met onze grote populatie van bijna 1.000 kippen melden het ook niet. We deden hetzelfde als van Disslel nu doet met mensen, we behandelden en zetten de dieren weer terug. Gevolg, andere dieren werden ofwel ziek of wel resistent. Dragers dus en geen lijders. Kreeg je nieuwe kippen dan werd 50% daarvan ziek. Een soortgelijk resultaat verwacht ik ook in de corona epidemie.

Hetzelfde was mogelijk met vogelpest en andere dierziektes. Je isoleert, je behandelt en je laat het weer gaan. Soms krijg je herbesmetting, soms niet. Hoe dan ook, je behandelt, punt. Uiteindelijk win je altijd. Ondanks de soms intensieve behandelingen werden WIJ nooit ziek. Dat heeft wee redenen; wij hebben een betere weerstand en wij nemen voorzorgsmaatregelen. We weten wat we doen en dat weten de boeren ook verdomd goed. Het is echter de particulier zelf die het probleem is al zien ze dat anders. In de tijd dat wij melkschapen hielden brak de Q-koorts uit. Dus plaatseten we quarantaine- en waarschuwingsborden op en rond het erf. Maar de recreanten fietsten vrolijk langs te zwaaien en reden soms, alle waarschuwingen negerend het erf op om lammetjes te komen knuffelen.

Net als nu waren er mensen die het allemaal maar onzin vonden en wel dachten dat het allemaal wel mee zou vallen. Dat deed het dus niet, ze werden ziek en de boer had het gedaan. Het frappante was dat wij midden in een driehoek zaten van drie geitenboerderijen die het allemaal hadden, wij niet. Een soortgelijk probleem met Coryza. Particuliere pluimveehouders vinden het allemaal onzin. Maar een boer moet ruimen als hij het krijgt, meestal vanuit een naburige particuliere kippenhouder die dragers heeft. Die bij de dierenarts te horen kregen dat het wel een griepje zou zijn. Logisch want als hij de waarheid zou zeggen, zou het moeten melden. Diezelfde dierenarts die dat wel doet bij de boeren.

Boeren en professionele dierhouders weten heel goed wat ze doen, de stadsmens niet. Ik zie mensen hun honden uitlaten en trots zijn als hun dier een rat vangt. Ratten zijn overbrengers van een heleboel ziektes. Totale onwetendheid dus en met die zelfde onwetendheid gaat men de boer beoordelen. Ik loop al meer dan een halve eeuw tussen de dieren en de enigste zooönose die ik ooit heb gehad was ectyma, een vrij onschuldige ziekte die blaren veroorzaakt. Bijna elke schapenhouder krijgt het een keer en is dan de rest van zijn leven immuun. Typisch genoeg ook een ziekte die regulier als onbehandelbaar geldt maar goed te behandelen is, geweten hoe.

Iedereen met te weinig kennis die in de buurt komt van zieke dieren of dieren die drager zijn van een ziekte, kan ziek worden. In zoverre is de angst terecht. En dan kun je twee dingen doen: de dieren ruimen of de mens erbij weg houden. M.a.w. laat de stadsmens lekker in de steden blijven en de boeren gewoon hun werk doen. Op het platteland hebben ze niets meer te zoeken. Ze hebben de weerstand er niet voor en het verstand niet om bij de dieren weg te blijven. Want boeren verminderen lost het probleem niet op, het aantal dieren blijft. Sinds de jaren ‘50 van de vorige eeuw zijn 95% van de boeren verdwenen, maar de dieraantallen bleven gelijk.

Het zijn allemaal van die schijnoplossingen. Je lost het stikstofprobleem ook niet op door het autobezit te halveren. De mens zal moeten wennen aan het feit dat er steeds vaker ziektes als corona opduiken. Veroorzaakt door de menselijk handelen, dat moet je willen en durven aanpakken. En ik zal moeten wennen aan het eeuwige gedrein van de dieractivisten.